De arrogantie van de zorgverlener

Nog altijd is er een wedloop aan de gang tussen twee vormen van gezondheidszorg. Met aan de ene kant van de lijn de Westerse, wetenschappelijk bewezen, evidence based geneeskunde. En aan de andere kant de alternatieve, vaak oosterse, vormen van geneeskunde. Ook wel complementaire vormen van zorg genoemd. Onbewust houden beide partijen de oorlog in stand. Zijn ze beiden even schuldig. En zijn er twee verliezers.

Maar al te vaak wordt de alternatieve zorg gezien als “kwakzalverij”. Met andere woorden: wij doen het beter dan zij. Hun moet je niet geloven.
Hoe arrogant is dat?
De alternatieve zorg op haar beurt kan ook fel uithalen. Echter naar mijn mening vanuit een plek van behoefte aan erkenning. Veel van de complementaire zorgverleners die ik ken, waarderen de westerse geneeskunde. Maar heerst bij hun een gevoel van: “Kijk alsjeblieft ook naar mij. Ik wil zo graag erkenning en begrip voor het werk dat ik doe. Luister alsjeblieft. Waardeer mij ook, zoals ik jou waardeer”. Vanuit de machteloosheid worden uitspraken gedaan die de verbinding tussen de twee werelden eerder schaden dan goed doen.

Ik draag beide werelden een warm hart toe. Ik waardeer de westerse geneeskunde enorm. Maar zie ook haar beperkingen. Vanuit mijn rol als huisarts weet ik hoe de westerse geneeskunde werkt. Ik heb aan den lijve ondervonden door fysieke klachten, burn-out, depressie en keuzes die ik heb gemaakt in werk en privé, hoe enorm waardevol en krachtig al die verschillende vormen van complementaire zorg zijn. Daar waar reguliere zorg echt de steun en oplossing niet had kunnen bieden. Ik heb tot op de dag van vandaag vele trajecten onderzocht en ervaren en weet waar hun krachten en beperkingen liggen. Ik kies hier dan ook geen partij. Wel wil ik staan voor hoe ik vind dat we zorg zouden moeten verlenen.

De westerse geneeskunde gooit vaak in de strijd dat alternatieve vormen van geneeskunde niet betrouwbaar zijn omdat ze niet “bewezen effectief” zijn. Met een mooi woord “evidence based”. Of dat er zelfs mensen zijn overleden ten gevolge van alternatieve zorg, waarbij een “betere” reguliere zorg de patiënt onthouden werd.
Dan stel ik de volgende vragen: hoe betrouwbaar is de “evidence based” geneeskunde? Hoe vaak is een protocol van hoge bloeddruk al niet herzien? Is het wel eens gebeurd dat er een medicijn na “gedegen, bewezen onderzoek” van de markt is gehaald? Komt het wel eens voor dat mensen overlijden juist door deze “evidence based” geneeskunde? Is het niet zo dat jaarlijks mensen overlijden aan complicaties van medicijnen? Door westers medisch handelen? Hoeveel mensen zijn niet verslaafd aan medicijnen die hen zouden “helpen”? Hoe betrouwbaar is deze vorm van geneeskunde dan?
Zou het niet zo kunnen zijn dat deze vorm van geneeskunde net zo betrouwbaar als onbetrouwbaar is als complementaire vormen van zorg? Hoe arrogant is het om als wetenschappelijk opgeleide dokter te zeggen dat een therapie niet werkt, terwijl je zelf ook “fouten” maakt?
Wie ben jij, als dokter, om te zeggen dat een therapie onzinnig is, terwijl die persoon zich er krachtiger, positiever door gaat voelen? Wat is er mis met een “reading” als iemand daardoor weer steviger in het zadel komt? Wanneer kan iemand beter zijn klachten verdragen, vanuit een positief of vanuit een negatief gevoel?

Probleem ontstaat mijns inziens op het moment dat men de ene therapie als beter gaat zien dan de andere. Zo zijn er net zo hard ook complementaire zorgverleners die mensen reguliere zorg afraden omdat dat per definitie slecht en ongezond zou zijn. Hoe waar is dat? Veel van onze gezondheid hebben we ook te danken aan die westerse geneeskunde.

Is het niet zo dat beiden zorg willen verlenen vanuit een plek om de persoon een fysiek en mentaal gezond en gelukkig leven te gunnen? De waarheid ligt bij de persoon aan de andere kant van de tafel. Mijn taak als dokter is om alle mogelijke opties neer te leggen. Met de voors en de tegens, de mitsen en de maren. Als ik daarin mijn werk goed doe, dan kan de persoon zelf de beslissing nemen die het beste bij hem of haar past.
Van zorgen voor naar begeleiden. Van vertellen wat iemand moet doen naar luisteren en het stellen van vragen.

You may also like